 |  |  |
 |
|

Brandweerorganisatie tot 1940

Inleiding Juist in deze tijd staat de organisatie van de brandbestrijding en hulpverlening volop in de belangstelling. Ook in het verleden was dat het geval. Hieronder zijn een paar willekeurige documenten opgenomen, die een rol speelden in de brandweergeschiedenis. Het aantal documenten uit Amsterdam lijkt wat oververtegenwoordigd, maar dat komt omdat er daarvan door veelvuldig en langdurig onderzoek nogal wat beschikbaar zijn.1397 De eerste brandemmers Tot het einde van de veertiende eeuw was het blussen van brand een vrijwel onmogelijke opgave. Pas toen kwamen er leren brandemmers beschikbaar, die vanwege hun bruikbaarheid al snel overal ingang vonden. De eerste vermelding van leren brandemmers vinden we in een verslag over de brand in de gemeente Sluis in 1393, opgenomen in het tijdschrift 'De Oude Tijd' in 1872. De schrijver refereert aan oude gemeente-rekeningen, waarin leren brandemmers worden aangekocht in Brussel en geïmpregneerde manden in Gent. Van de tenen manden is later nooit meer iets vernomen, maar de brandemmers zijn in de loop van de eeuwen overal in gebruik gekomen.
1672 Oorlogsvoorbereiding in Amsterdam Aan het einde van 1672 liep de stad Amsterdam serieus gevaar aangevallen te worden. In het kader van de verdediging van de stad werden allerlei (nood)maatregelen getroffen, waarbij ook de brandbeveiliging aandacht kreeg. Hieronder zijn twee orders uit december 1672 opgenomen, waarin de voorschriften staan.
1685-1831 brandkeuren Amsterdam In 1685 werd in Amsterdam de brandkeur van kracht, waarin de organisatie van het brandweerwezen in de hoofdstad helemaal was ingericht naar het model van Jan van der Heiden. Compleet met rolverdeling, premies en boetes en verantwoordelijkheden voor het materieel. In het tweede en derde deel van de brandkeur wordt de brandweer beschreven. De brandkeur van 1685 bleef geldig tot 1831, zij het met enige aanvullingen en wijzigingen. De laatste keer dat de hele brandkeur integraal gedrukt werd, was in 1807.
1659-1872 Materieel vrijwillige brandweer Amsterdam Achter alle brandkeuren van Amsterdam werden opsommingen gegeven van de locaties van de brandemmers en later ook van de brandspuiten in de stad. De lijsten met het materieel van de vrijwillige brandweer, later 'het Brandwezen' genoemd, vindt u hieronder.
1790 Brandweerorganisatie in huize Twickel Op 20 september 1790 stelde de 'Heer C.G. Grave van Wassenaer' het "REGLEMENT Ter voorkominge van BRAND, Op en omtrent den HUYSE TWICKEL; Alsmeede op de Behandeling der BRANDSPUYTEN Van denzeven HUYSE" vast, nadat hij een set handbrandspuiten voor zijn landgoed had aangeschaft. Hij organiseerde zijn huisbrandweer naar het voorbeeld van de grotere steden en maakte voor allerlei functies aparte instructies. De hier opgenomen instructies zijn in het bezit van de Brandweer Beemster, die ze welwillend afstond ter digitalisering.
1825-1865 het Brandwezen van Amsterdam Tot aan 1976 werden er in Amsterdam vrijwel jaarlijks z.g. 'Heerenboekjes' gepubliceerd. Dat waren de namen en adressen van alle belangrijke gezagsdragers in de stad Amsterdam. Ten tijde van het Brandwezen, de vrijwillige brandweer naar het model van Jan van der Heiden, werden ook de namen van de wijkbrandmeesters daarin opgenomen. Hieronder vindt u die overzichten van de brandmeesters uit de jaren 1825-1850. Vervolgens vindt u de uittreksels uit de jaarverslagen van de Gemeente Amsterdam van 1851 tot 1865 met de gegevens van het Brandwezen. Aanvankelijk zijn deze zeer summier, maar gaandeweg de periode valt er steeds meer te lezen.
1719-1918 Brandkeuren en verordeningen van Ouder- en Nieuwer-Amstel Ook in de gemeenten Ouder-Amstel en Nieuwer-Amstel, aan de bovenzijde begrensd door Amsterdam, moest de plaatselijke regelgeving af en toe aangepast worden aan de landelijke. Van deze gemeenten zijn hieronder een aantal voorschriften op het gebied van de brandweer opgenomen. Overigens is Nieuwer-Amstel de oude naam van wat nu Amstelveen is. Nieuwer-Amstel heeft een bijzondere historie, omdat in het stedelijk gedeelte, dat tegen Amsterdam aan lag, enkele jaren een beroepsbrandweer is geweest, die met de annexatie van 1896 opging in de Amsterdamse brandweer. Van de Nieuwer-Amstelse keuren en verordeningen zijn niet altijd meer de originele documenten beschikbaar, maar in ieder geval wel de teksten.
1846 Brandbluschgereedschappen Ministerie van Oorlog Mét de grootscheepse vernieuwing van de brandspuiten van de Marine, werden ook steeds meer andere militarie vestigingen en vestingen uitgerust met (hand)brandspuiten tegen de helft van de negentiende eeuw. Als basis voor de instructies ter plaatse gold het 'Voorschrift tot de bediening der brandspuiten en beschrijving der overige brandbluschgereedschappen' van het Ministerie van Oorlog uit 1846. Het originele boekje is ongeveer in A-5 formaat.
1851 Gemeentewet Pas met de gemeentewet van 1851 van de hand van de bekende staatsman Thorbecke kwamen er eindelijk landelijke wettelijke bepalingen met betrekking tot het brandweerwezen. Veel stelde het niet voor, want het ging voornamelijk over wie er waarvoor bevoegd of verantwoordelijk was en de verplichting om de uitgaven voor de brandweer te begroten. Tot 1941 bleef dit - met enige aanvullingen en wijzigingen - de enige wettelijke regeling van de materie. Hieronder vindt u de betreffende artikelen uit de tekst van de eerste Gemeentewet van 1851.
1864 De slechte toestand van de brandbluschmiddelen in Nederland In 1864 - vlak na de Internationale brandweertentoonstelling in Middelburg - verscheen er van de heer Van Hoven uit Den Haag een brochure over de erbarmelijke toestand waarin het brandweermaterieel in Nederland zou verkeren. De oplossingen die hij presenteerde waren niet van eigenbelang ontbloot. Hij was namelijk enig agent voor de fabriek van Beduwé in Luik, wiens brandspuiten in de brochure werden aanbevolen. Korte tijd later kreeg Van Hoven antwoord van de bekende brandspuitfabrikant A. Bikkers & Zn. uit Rotterdam en een anonieme 'Deskundige' uit het hoge noorden. Hoven repliceerde weer met een antwoord, dat prompt weer gevolgd werd door een open brief van Bikkers. Hieronder vindt u de verschillende drukwerkjes die in deze roerige maanden verspreid werden. Het eerste antwoord van Bikkers is ook opgenomen in de brochure met de tweede open brief.
1874 Opheffing vrijwillige brandweer Amsterdam Na bijna tweehonderd jaar kwam er een einde aan de vrijwillige brandweer van Amsterdam en werd de beroepsbrandweer ingericht. Op 15 augustus 1874 was de nieuwe organisatie klaar voor haar taken en werd de vrijwillige brandweer opgeheven. De kennisgeving daarvan vindt u hieronder. In 1881 schreef de bekende geschiedschrijver Nicolaas de Roever een artikel over het Brandwezen van Amsterdam van vóór de beroepsbrandweer. De tekst daarvan vindt u eveneens hieronder.
1875 Materieel beroepsbrandweer Amsterdam Van het 'rollend materieel' van de nieuwe beroepsbrandweer werden jaarlijks overzichtslijsten gemaakt, waaruit viel af te leiden wat voor voertuigen er op welke kazernes stonden en waarvoor een span paarden beschikbaar was. Waar geen 'bespanning' was, werden de spuiten eerst door de manschappen naar de brand getrokken. De laatste post, waar dit gebeurde, was die op de Nieuwe Zijds Kolk (Z) en werd in 1897 gesloten. De paarden van de Amsterdamse brandweer werden oorspronkelijk gehuurd van een stalhouderij en later gedeeld met de Stadsreiniging. Vanaf 1893 hield het korps zijn eigen paarden en uit het stamboek daarvan is een overzichtslijst samengesteld, die u hier ook vindt.
1878 Weer vrijwillige brandweer in Amsterdam In 1874 werd in Amsterdam de beroepsbrandweer in dienst gesteld, waarmee de vrijwillige brandweerorganisatie, die nog dateerde uit de tijd van Jan van der Heiden, werd afgedankt. Binnen vier jaar kreeg Amsterdam weer een vrijwillige brandweer, toen na een annexatie de gemeente werd uitgebreid aan de overkant van het IJ en bij de nieuwe Oranjesluizen. Ook in 1896, 1921 en 1966 groeide Amsterdam ten koste van omringende gemeenten. Hieronder vindt u de regelingen rond de vrijwillige brandweer in het geannexeerde gebied.
1878 Handleiding voor de Brandweer In 1878 verscheen de eerste bundeling van alle brandweerkennis sinds Jan van der Heiden in Nederland van de hand van de ondercommandant van de net vier jaar oude beroepsbrandweer van Amsterdam, de heer V.C. Dijckmeester. In deze handleiding, die bedoeld was om ook andere gemeenten te stimuleren om de brandweer professioneel aan te pakken, komt veel kennis terug uit de praktijk en uit de buitenlandse vakliteratuur die op dat moment beschikbaar was. Hieronder volgt per hoofdstuk de Handleiding voor de Brandweer. De achterin opgenomen advertenties zijn grotendeels op groen papier afgedrukt, maar hier als grijs weergegeven.
1908-1913 Hoe werkt de Brandweer? In 1908 publiceerde de assuradeur Elink Schuurman na een uitgebreide enquete een boek over de stand van zaken bij de Nederlandse brandweer. In het tweede gedeelte gaf hij een overzicht van de brandweerorganisaties en middelen in de grootste gemeenten. Tot in 1910 verschenen er aanvullingen over de diverse korpsen, die dan geacht werden op de betreffende pagina geplakt te worden. In de hieronder opgenomen versie zijn die aanvullingen achteraan opgenomen op datum van verschijning. In 1913 verscheen een nieuwe, veel uitgebreider editie, waarin achterin ook gegevens van kleinere korpsen zijn opgenomen. De editie van 1913 vindt u in twee delen. Het voorwerk en hoofdstuk 1, met een algemene beschrijving en wat statistieken over de brandweer in Nederland vindt u in het eerste deel. De bladzijde 53 is bij het digitaliseren overgeslagen, dus die wordt los bijgevoegd. In het tweede deel zijn de gegevens van de brandweerkorpsen, een beschouwing over de algemene verbeteringen sinds 1908 en de advertenties te vinden.
1916 (Koninklijke) Nederlandsche Brandweer Vereeniging In 1916 werd de Nederlandsche Brandweer Vereeniging opgericht. Gaandeweg ontwikkelde deze zich tot een vakvereniging én een belangenvereniging en dat was een ongelukkige combinatie. Tijdens het eerste grote congres in 1920 in Arnhem, mocht de trotse voorzitter bekend maken dat de vereniging het predikaat 'Koninklijke' aan haar naam mocht toevoegen. Het briefje, waarin de particulier secretaris van de Koningin dat mededeelt, vindt u hieronder.
1925-1950 Zorg voor natuurbrandbestrijding In 1925 publiceerde het Staatsboschbedrijf een serie vlugschriften, waarvan er één over de bestrijding van bosbranden ging. De aandacht voor natuurbranden groeide, naarmate er in de droge zomers van de jaren twintig steeds grotere bosbranden voorkwamen. In 1950 verscheen er opnieuw een dergelijk vlugschrift, nu van Staatsbosbeheer.
 1927-1931 Handboek voor de Brandweer In 1927 verscheen van de hand van J.B. Roelofsen, inspecteur van de Politie-Brandweer in Delft, een handboek voor de brandweer, waarin de laatste stand van de techniek en tactiek uit de doeken werd gedaan. Het boek was na 1878 het eerste allesomvattende brandweerhandboek in Nederland en werd met graagte gebruikt voor de opleiding en instructie van de diverse brandweerkorpsen in Nederland. In 1931 verscheen een herdruk, die uitgebreid werd met een tweetal door Roelofsen verzorgde radiolezingen en een stuk over ziekenhuisbranden. Bovendien waren meer advertenties opgenomen. Hieronder vindt u boek van Roelofsen in de hoofdstukken opgedeeld.
1928-1932/1933 Nederlandsch Brandweer Jaarboek In 1928 stond de K.N.B.V. op het punt om de eerste aflevering van een jaarboek uit te geven. Een aantal artikelen was verzameld en een eerste proefdruk circuleerde. Tot een publicatie is het nooit gekomen en in de latere (eenmalige) uitvoering van 1932 kwamen de artikelen uit deze proefdruk niet meer terug. We willen u het concept niet onthouden en hebben het hieronder opgenomen. Het ziet er natuurlijk niet fraai uit, maar is wel degelijk interessant. Het jaarboek dat uiteindelijk wél verscheen in 1932-1933 beloofde de eerste van een reeks te worden, maar dat is er nooit van gekomen. De versie van 1932-1933 bestond uit een redactioneel deel en een uitgebreid overzicht van de brandweerkorpsen met namen en adressen van de bevelvoerenden en gegevens over de organisatievorm en het materieel. We hebben de beide delen van het boek gemakshalve apart hieronder opgenomen.
1930 Zorg voor de gemeentelijke brandweer Naar aanleiding van het rampzalige jaar 1929 met strenge vorst en vele verwoestende branden in gebouwen en later in natuurgebieden, verzond de minister van Binnenlandse Zaken begin januari een circulaire aan de gemeenten, waarin hij aandacht vroeg voor de brandweerzorg én samenwerking op brandweergebied.
1935-1936 De Brandweer en hare organisatie In 1935 en 1936 gaf het maandblad 'De Brandweer' telkens een losse bladzijde uit, waarop enige basisgegevens van de organisatie van brandweerkorpsen in Nederlandse gemeenten waren afgedrukt. Het leek de bedoeling daarmee een hele kartotheek van alle gemeentebrandweren te maken, maar door de beëindiging van de uitgave in 1936 is dat maar ten dele gelukt. De betreffende bladzijden hebben we hier verzameld, waardoor in ieder geval van een aantal gemeenten de gegevens uit die jaren beschikbaar zijn.
1938 Plan reorganisatie brandweer en luchtbescherming In 1938 kwamen twee bevlogen Eindhovense brandweerofficieren met een plan om de brandweer en de luchtbescherming op nationaal niveau te organiseren. Zij deden dat vanuit de visie dat een volgende oorlog onvermijdelijk was en de Nederlandse bevolking op adequate wijze beschermd moest worden tegen de nieuwe gevaren. Het plan ging heel ver en deed veel stof opwaaien in die tijd. Door de felle tegenstand, met name vanuit de gemeentebesturen, kwam het in de koelkast terecht en door de oorlog is het daar nooit meer uitgekomen. Mede door het doen en laten van één van de opstellers tijdens de oorlog, kreeg het plan een kwade reuk. Omdat het ten tijde van de opstelling met de nobelste bedoelingen is samengesteld en voor die tijd revolutionair was, wordt het hieronder aan de vergetelheid ontrukt:
1941 Als de Roode Haan kraait In 1941 verscheen bij de Wereldbibliotheek het boek 'Als de Roode Haan kraait' van brandmeester K.L. de Boer van de Bloemendaalse brandweer. Daarin beschrijft hij uitgebreid de stand der techniek op het gebied van de brandweer, zoals deze was in 1940. Hieronder kunt u het boek in zijn geheel vinden als pdf-bestanden, zij het dat het in drie delen is opgenomen. In deel 1 (pag. 1 t/m 84) zitten de hoofdstukken over brand, brandblusmiddelen en vooral kleine blusmiddelen. In deel 2 (pagina's 85 t/m 184) worden de grote blusapparaten, gereedschappen, pompen, motor- en autospuiten en watervoerende armaturen beschreven en branden in boerderijen en landhuizen. Deel 3 (pag. 185 t/m 280) tenslotte bevat verhandelingen over branden in bijzondere objecten, de persoonlijke uitrusting, organisatie van brandweer en brandmeld- en blusinstallaties met achteraan een aantal tabellen over water- en schuimtransport en de inhoudsopgave. Omdat het zo actueel was, werd het in de Tweede Wereldoorlog nogal eens als instructieboek gebruikt voor de talloze nieuwe brandweerorganisaties.
|
|  |  |  |

woensdag 8 september 2010
 Nieuwsberichten ANP e.a. op brandweer.nl


 |