 |  |  |
 |
|

Inventarisatie Nederlandse handspuitfabrikanten

Inleiding Fabrieken van handbrandspuiten zijn niet makkelijk te traceren. Veel handspuiten werden gemaakt in de beroemde of grote fabrieken maar lokaal waren er ook vele ambachtslieden die de spuiten probeerden na te maken, met wisselend succes. Bovendien waren lang niet alle professionele brandspuitfabrieken een lang leven beschoren. Slechts weinigen bestonden zo lang als hun producten vaak mee gingen. Een speciale projectgroep onder leiding van Gerard Koppers heeft zich toch aan een poging tot inventarisatie gewaagd. Jan van der Heiden De bekendste fabriek van handbrandspuiten in Nederland moet wel die van Jan van der Heiden (1637-1712) en zijn opvolgers geweest zijn, die - onder verschillende namen - bijna tweehonderd jaar bestaan heeft. Het succes van Jan en zijn broer Nicolaas (1640-1682) was te danken aan de ongewone combinatie van technisch vernuft, creativiteit en organisatietalent. Zij vonden niet zozeer de handbrandspuit zelf uit, maar wisten door allerlei verbeteringen en aanvullingen de zeventiende-eeuwse brandspuiten tot bruikbare instrumenten te maken. Bovendien wisten ze de organisatie van het brandblussen in Amsterdam zodanig te veranderen, dat deze uitermate effectief en efficiënt werd. De spuiten uit de in 1677 gestichte fabriek vonden hun weg naar alle grotere steden in Nederland en ver daarbuiten. Waar de spuiten niet gekocht werden, maakte men veelal kopieën. Dankzij de Oost- en West-Indische Compagnieën werden de spuiten van de Van der Heidens over de hele wereld verspreid. Zelfs de Russische Czaar Peter de Grote kwam het vak van brandspuitenmaker leren in Amsterdam. Een belangrijk element van het succes was het feit dat er niet alleen spuiten geleverd werden, maar ook duidelijke en rijk geïllustreerde instructies. Jan van der Heiden was namelijk ook een zeer verdienstelijk schilder/tekenaar. In 1690 maakte hij een prachtig beschrijvend en wervend boekwerk over de slangbrandspuiten.
 | | Fraaie reclameplaat van de Van der Heidens | Na het overlijden van zijn broer Nicolaas nam Jan van der Heiden zijn zoon Jan (1662-1726) in dienst, die zijn vader opvolgde in alle functies. Vervolgens kwamen de fabriek en het ambt van generaal-brandmeester in Amsterdam in handen van de tweede zoon van de 'oude' Jan, Samuel (1663-1729). Na het overlijden van Samuel waren er geen mannelijke opvolgers meer, waarna de fabriek en het ambt overgingen naar Pieter Pietersz. Alménum (1676-1746), die door de herdruk van het beroemde brandspuitenboek in 1735 de vermaardheid van zijn spuiten zag uitbreiden. Pieter werd opgevolgd door zijn zoon Wijbrand (1702-1770), die op zijn beurt de zaken naliet aan zijn zoon Arent (1741-1784). Toen deze Arent kinderloos stierf, werden de functies van generaal-brandmeester en eigenaar van de brandspuitenfabriek gescheiden en werd de fabriek onder de naam 'Erven Arent Alménum' voortgezet door het oude personeel. In 1801 werd de fabriek overgenomen door Anthony Cornelis Vermunt en na diens overlijden in 1825 vanaf 1827 door Jan Hessel van der Willige. Na veertig jaar liquideerde hij de fabriek en verkocht het terrein aan de gemeente Amsterdam, die er een school liet bouwen.   | | Een originele Van der Heidenspuit uit Amsterdam bevindt zich nog in het Nationaal Brandweermuseum | Andere fabrikanten Vlak vóór, tijdens en na het succes van de gebroeders Van der Heiden werden er ook elders brandspuiten gemaakt. De zestig stuks die Amsterdam in 1654 aanschafte, kwamen uit het buitenland (Hans Hautsch te Neurenberg), maar vooral veel lokale kopersmeden trachtten de brandspuiten te imiteren maar hadden door gebrek aan ervaring en goed materiaal daarmee niet even veel succes. Ook zijn er enkele octrooien bekend van brandspuiten, maar tot een grootschalige productie is het nooit gekomen. De machines waren voor veel gemeenschappen te duur en lastig in onderhoud. Pas in de tweede helft van de achttiende eeuw gingen ook kleinere plaatsen over tot de aanschaf van handbrandspuiten en er was een aarzelend begin van een heuse industrie op dat gebied. De Bataafse tijd werd door de slechte economie weer spelbreker en pas vanaf de jaren dertig van de negentiende eeuw kwamen er nieuwe fabrieken of kwamen de oude weer tot bloei. In 1819 werden er in het verenigde Nederland negen brandspuitfabrieken geteld, maar in 1825 waren dat er al zeventien. De oudste fabrieken, die deze zware jaren doorstonden, waren naast de Erven Arent Almenum, Bikkers te Rotterdam, en Van Bergen te Heiligerlee. Bikkers wist zich te redden door de productie van artikelen voor de scheepvaart en duikershelmen en Van Bergen was vooral een klokkengieterij.
 | | Negentiende eeuwse spuit van Van Bergen uit Midwolda | Nieuwkomers op de brandspuitenmarkt die het lang volhielden waren Kronenburg te Culemborg, Van der Ploeg te Grouw (later Apeldoorn) en Requilé & Beduwé te Luik (dat een tijdje tot Nederland hoorde). Bij een inventarisatie in 1845 telde men zestien fabrieken, bijna net zoveel als in het gehele Nederland van vóór de Belgische afscheiding (1831). Bij de grote brandweerwedstrijd van 1864 waren er vijftien Nederlandse brandspuitfabrieken aanwezig. Enkele fabrieken die halverwege de negentiende eeuw ontstonden, hadden vaak wel succes, maar konden dat niet langer dan enkele decennia volhouden door economisch wisselende tijden, de zware concurrentie en de duurzaamheid van hun eigen producten. Als een goede brandspuit afgeleverd was, ging zo'n apparaat vele - ja, soms wel honderden - jaren mee en was er geen kans op vervanging of vernieuwing.   | | Bespannen handspuit uit de fabriek van Pothmann | Einde van een tijdperk De introductie van de stoombrandspuit in Nederland in 1864 was het begin van een nieuw tijdperk. De mechanische aandrijving van de pomp bood vele mogelijkheden, maar de machines waren nog veel te duur voor de meeste gemeenten. Doordat de firma Bikkers vanaf 1887 zelf de productie ter hand nam, konden de stoomspuiten goedkoper worden en daarmee beter bereikbaar voor de kleinere plaatsen. Nog voordat dit doorzette, was de verbrandingsmotor al op het speelveld gekomen en vanaf het eerste decennium van de twintigste eeuw werden deze goedkoper en betrouwbaarder. Binnen tien jaar was de markt voor handbrandspuiten ingestort. Er werden er nog wel naar de koloniën geëxporteerd, omdat daar mankracht genoeg en technisch inzicht te weinig was, maar halverwege de jaren twintig waren er alleen tweedehands brandspuiten te koop. Vele kwamen in musea terecht of werden vanwege de goede kwaliteit koper gesloopt. Gelukkig zijn er nog veel bewaard gebleven en zichtbaar voor de generaties die ze nooit in actie gezien hebben. | | Octrooiplaat van een Bikkers-spuit | Belangrijkste brandspuitfabrieken in Nederland (Erven) Arent Alménum te Amsterdam 1729-1867 H. Belder & Comp. te Amsterdam 1823-1899 A.H. van Bergen te Midwolda/Heiligerlee 1795-1980 Gebroeders Van Bergen te Midwolda 1871-1956 G. van Berkel te Utrecht 1845-1864 A. Bikkers te Rotterdam 1770-1984 J. Bijvoet Azn. te Geertruidenberg 1825-1860 J.J. Fisscher te Nijmegen 1803-1840 C. Gerber te Haarlem 1818-1852 Jan van der Heiden te Amsterdam 1677-1729 M. Kronenburg te Culemborg/Hedel 1823-1991 C.D. Lucas te Haarlem 1816-1845 J.H. Onderdewijngaart Canzius te Delft 1798-1838 W. van der Os te Vlissingen 1839-1868 P.H.A.E. Otterbein & Co. te Amsterdam 1881-1927 W.C. Pasteur & Co. te Rotterdam 1856-1871 J. van der Ploeg te Grouw/Apeldoorn 1835-1939 J.H. Pothmann te Arnhem 1855-1875 J. Pijpers te Eindhoven 1785-1846 F. Requilé Jne. & Beduwé te Luik 1826-1921 L.W. Schütz te Zeist 1845-1880 Gebroeders Smits te Nijmegen 1841-1865 P.C. Vervenne te Middelburg 1819-1845 J.L. de Wildt te Utrecht 1835-1863 | | Bikkers-handspuit in Rotterdam | Inventarisatie 1845 In het Provinciaal Blad van Noord-Holland werd in 1845 een overzicht van de toen werkzame brandspuitfabrieken in Nederland opgenomen om gemeentebesturen in staat te stellen de dure apparaten bij erkend goede leveranciers te bestellen. Hieronder vindt u de betreffende pagina's van het Provinicaal Blad in pdf-formaat.
Publicatie verschenen in december 2006 In december 2006 zag als één van de eerste publicaties van de Werkgroep een boekje over de handbrandspuitfabrikanten in Nederland het licht. Het boekje kost € 7,50 (exclusief portokosten) en is verkrijgbaar bij HHS Uitgeverij, www.hhsuitgeverij.nl. Ook zal het op manifestaties waar de werkgroep zich presenteert, verkrijgbaar worden gesteld. In het boekje is de inventarisatie van alle Nederlandse fabrikanten van handbrandspuiten opgenomen, achteraan voorzien van een index en een samenvatting in het Engels en in het Duits.
|
|  |  |  |

zaterdag 4 februari 2012
 Nieuwsberichten ANP e.a. op brandweer.nl






 |