NBDC - english

NBDC - deutsch

NBDC - français
Zoek
Contact
Links
Sitemap

NBDC-home / Geschiedenis / Werkgroep Brandweer Historie / Biografieën: N.A. Felix

Biografieën: N.A. Felix

In de loop van de geschiedenis hebben een aantal markante figuren een belangrijke rol in de brandweerhistorie gespeeld. De één wat meer op de voorgrond, de ander in alle bescheidenheid, een niet onbekende eigenschap bij de brandweer. In een serie artikelen in de Eén-Eén-Twee wil de Werkgroep Brandweer Historie de herinnering aan een aantal van die persoonlijkheden weer een beetje tot leven brengen. Deze keer:

Nicolaas Albertus FELIX

Afkomst en jeugd
Van genieofficier naar de burgermaatschappij
Taakverbreding
Voorbereidingen en oprichting NVBC
Onvermoeibaar en veelzijdig
Plotseling einde
Stichting Het Felixfonds
Grafmonument

Eén der personen die onmiskenbaar een betekenisvolle rol hebben gespeeld in de opbouw van de brandweer in Nederland na mei 1945 is ongetwijfeld geweest de directeur Publieke Werken en de commandant van de (plicht)brandweer Hilversum, N.A. Felix. Bijna vanzelf wordt hij in 1945 als mede–oprichter de eerste voorzitter van de nieuwe vereniging voor de brandweercommandanten. Een rol die hij op sublieme wijze vervult doch waaraan door zijn overlijden in 1952 een voortijdig einde komt.

Afkomst en jeugd
Hij wordt op 31 mei 1897 in Utrecht geboren in het gezin van Nicolaas Felix en Stevendina Anthonia Vlaanderen. Zijn vader, ook Nicolaas geheten, geniet daar “aanzien en algemene achting” als lid van de gemeenteraad en bestuurslid van de Christelijk Historische Unie in die stad. In Utrecht doorloopt de jonge Felix na de lagere school de HBS waarvan hij in 1915 het diploma behaalt van de vijf - jarige studie. Direct aansluitend wordt hij op 1 oktober 1915 ingeschreven als student aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda waar hij op 12 augustus 1918 als genieofficier het diploma in ontvangst neemt. Na zijn opleiding wordt Nicolaas jr., direct al in augustus 1918, te werk gesteld bij de genietroepen. In die functie zal hij elf jaar werkzaam zijn, de laatste vier jaren daarvan tot oktober 1928 bij het Technisch bureau en het Centraal Inundatiebureau van de Inspectie der Genie. In die jaren woont het gezin Felix in Voorburg. Eenmaal gesetteld in de maatschappij trouwt hij eind september 1921 in Den Haag met de uit Tiel afkomstige Hendrika Wissink

Van genieofficier naar de burgermaatschappij

De Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk in Breda, die onder leiding van Felix voorzien werd van een brandbeveiligingsinstallatie.
De Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk in Breda, die onder leiding van Felix voorzien werd van een brandbeveiligingsinstallatie.
In die periode doet Felix een uitgebreide en intensieve ervaring op met zowel bouwkundige als waterbouwkundige werken waaraan hij ongetwijfeld zijn succes dankt bij zijn sollicitatie naar een functie in de civiele dienst en in oktober 1928 wordt benoemd tot adjunct directeur van de dienst Openbare Werken in de stad Breda. Door de aanvaarding van deze functie verhuist het gezin Felix naar Breda, alwaar hij destijds zijn KMA–opleiding volgde. Een functie waarin hij ook bemoeienis heeft met het grondbedrijf, het woningbedrijf, de dienst bouw- en woningtoezicht en de exploitatie van diverse gemeentebedrijven zoals zwembaden, het slachthuis en de woningbouw.
Pas in die functie komt hij, en dan nog slechts zijdelings, in aanraking met het brandweerwezen. Onder zijn supervisie worden in de Grote Kerk en haar toren brandbeveiligingsinstallaties aangelegd en nieuwe werkplaatsen en garage’s voor de gemeentelijke diensten gebouwd. Ook wordt hij belast met de functie van technisch adviseur bij de staf van de Luchtbeschermingsdienst. In die hoedanigheid is hij belast met de aanleg en bouw van schuilplaatsen en de uitvoering van de overige onderdelen van het luchtbeschermingsplan waarmee hij actief bezig is met het geven van voorlichting daarover. In dat kader schrijft hij in het blad Publieke Werken in 1939 een uitgebreid over zijn ervaringen met de aanleg van openbare schuilloopgraven zoals die in Breda worden aangelegd. In het maatschappelijke leven is hij ondermeer actief als lid van besturen van bijzondere scholen en het Bredase Sportfondsenbad.

Taakverbreding
Met de brandweer komt hij pas echt in aanraking als zijn sollicitatie naar de functie van Directeur Publieke Werken van de stad Hilversum, in 1939 wordt gehonoreerd met een benoeming in die functie. In de stad Hilversum is de brandweer een zogenoemde plichtbrandweer waarbij personeel van de Dienst Publieke Werken verplicht is diensten bij de gemeentebrandweer te verrichten. Uit dien hoofde is de Directeur PW tevens Commandant van de Brandweer. Los van het feit dat het niet in zijn aard ligt om dergelijke zaken niet serieus te nemen blijkt al snel op vele manieren dat Felix zich (ook) intensief met zijn brandweertaak bezig houdt. In juli 1939 verhuist het gezin Felix, bestaande uit de ouders met zoon Nicolaas Jan, geboren in 1924 en dochter Hendrica Stevendina, geboren in 1926, van Breda naar Hilversum. Per 1 augustus wordt Felix als commandant belast met de leiding over de brandweer.

Als commandant van de Hilversumse brandweer verving Felix na de oorlog al het oude materieel. Een handbediende Geesink-ladder uit 1939 werd in 1948 op een nieuw chassis gemonteerd. Ook de autospuiten en de heidebrandweerwagens werden vervangen.
Als commandant van de Hilversumse brandweer verving Felix na de oorlog al het oude materieel. Een handbediende Geesink-ladder uit 1939 werd in 1948 op een nieuw chassis gemonteerd. Ook de autospuiten en de heidebrandweerwagens werden vervangen.
Niet voor lang want de mobilisatie roept een maand later ook hem van zijn post in Hilversum weg voor militaire taken bij de 1e Afdeling Inundatie van de Vesting Holland. Nadat hij kort na de capitulatie bij de demobilisatie van de strijdkrachten medio mei 1940 in Hilversum terug is, wijdt hij zich, voor zover de omstandigheden het toelaten, volop aan zijn brandweertaak. Maar het zit hem niet mee en in september 1944 nopen de omstandigheden hem zich aan zijn openbare functies te onttrekken en onder te duiken. Hij wordt hiervoor, naar later zal blijken ten onrechte, zelfs enige tijd uit zijn functies “ontslagen”. Onmiddellijk na de bevrijding keert hij op 5 mei 1945 op zijn post terug.

Voorbereidingen en oprichting NVBC
Is hij gedurende het laatste bezettingsjaar voor een deel “ondergedoken”, stilzitten is er voor Felix niet bij. Als commandant van de brandweer van één der grotere gemeenten in ons land is hij zonder twijfel aanwezig bij het overleg dat de commandanten van de grote(re) gemeenten, soms zelfs daartoe gedwongen in het “geheim”, voeren. Naarmate de bevrijding meer in het zicht komt groeit in die kring steeds meer het plan om, zodra dit mogelijk is, te komen tot de oprichting van een brandweervereniging. Enkele weken na de bevrijding is het al zo ver en op 13 juni 1945 wordt tijdens een bespreking in Utrecht gehouden, besloten het al van vóór mei 1940 daterende plan tot uitvoer te brengen en te trachten tot de oprichting te komen. Van het vijf leden tellende voorbereidingscomité dat in Utrecht bijeen kwam, was Felix er één. Zes weken later, op 26 juli 1945 is het zover en wordt de oprichtingsvergadering gehouden van de Nederlandse Vereniging van Brandweercommandanten (NVBC).
Nadat provinciegewijs afdelingen zijn opgetuigd waarbij Felix de eerste voorzitter wordt van de afdeling Noord-Holland/Utrecht wordt op 13 september 1945 tijdens een landelijk overleg het eerste hoofdbestuur gekozen van zeven leden van wie Felix tot eerste algemeen voorzitter wordt uitgeroepen. Uit de verslagen van de vergaderingen van het voorbereidende comité zowel uit die van de oprichtingsvergaderingen van de afdelingen en van de landelijke bijeenkomsten blijkt steeds dat Felix in deze besprekingen het initiatief neemt en als grote stimulator optreedt. Ervaren in het maatschappelijke leven en krachtig overtuigd van het nut en de noodzaak van samenwerking en gezamenlijk optreden, is hij, Felix, steeds een krachtige pleitbezorger van de realisering van de voorstellen die tot een krachtige en levensvatbare organisatie moeten leiden.

Onvermoeibaar en veelzijdig

Felix zette zich ook in voor de bijna jaarlijkse publicatie van het NVBC-jaarboek, in feite de voorganger van de brandweeralmanak, maar bovendien rijkelijk voorzien van voor de vakbroeders interessante artikelen.
Felix zette zich ook in voor de bijna jaarlijkse publicatie van het NVBC-jaarboek, in feite de voorganger van de brandweeralmanak, maar bovendien rijkelijk voorzien van voor de vakbroeders interessante artikelen.
In de jaren die volgen toont Felix zich een onvermoeibare strijder voor de, in zijn ogen: “goede zaak”. Op alle fronten doet hij zich gelden en is hij aanwezig. In woord en geschrift in artikelen in het maandblad De Brandweer en in de verenigingsjaarboekjes die het licht zien. In woord en in persoon bij de verenigingsbijeenkomsten en daar waar de vereniging NVBC moet worden gerepresenteerd. Bij belangrijke bijeenkomsten, herdenkingen, symposia, wedstrijden en congressen in Nederland, en niet minder op allerlei internationale bijeenkomsten, vooral die welke in het kader van het CTIF worden gehouden. Steeds is hij er en weet als een onvermoeibare strijder voor de eenheid van de Nederlandse brandweer de gedachte uit te dragen waardoor hij wordt bezield: samenwerking en elkaar steunen bij de toch al zo moeilijke opgave ons land en haar structuur weer op te bouwen vanuit de na de bezettingsjaren overgebleven “puinhopen”. Hij weet zich daarbij gesteund door zijn tot Hoofdinspecteur voor het Brandweerwezen benoemde KMA - studievriend Piet van Boven met wie hij nauwe contacten onderhoudt. In het bestuur van de NVBC is een andere vriend van hem: Evert Priester, die als een al even onvermoeibare secretaris zijn voorzitter steeds op zijn wenken weet te bedienen, een andere pijler waarop Felix zijn betekenis voor de ontwikkeling van de brandweer weet te stoelen.

Plotseling einde
Maar kennelijk vergen de vele inspanningen teveel van hem. Zijn gezondheid begint te tanen en zoals de artsen hem dringend adviseren moet hij “het rustiger aan gaan doen”. Hij moet keuzes maken en zijn besluit om het voorzitterschap van de NVBC neer te leggen valt hem erg zwaar. In het voorjaar van 1952 geeft hij het bestuur aan dat naar een andere voorzitter moet worden omgezien. Tijdens de jaarvergadering zal hij terugtreden. Het zal zover niet meer komen. Het plotselinge overlijden van zijn vriend Van Boven in juni 1952 is voor hem een zware slag. In een uitvoerig “ter nagedachtenis” in het verenigingsblad schetst hij zijn overlijden als een bijna niet overkomelijk verlies voor de Nederlandse brandweer. Niets wees er toen nog op, maar een maand later, op 20 juli 1952 komt er een abrupt einde aan het leven van Niek Felix. Vijf dagen vóórdat hij tijdens de nota bene op de KMA in Breda, juist daar waar Felix tot de leider was gevormd die hij later zou blijken te zijn, te houden jaarvergadering van zijn voorzitterschap afstand zou doen.

De begrafenis van Felix in Hilversum vond onder overweldigende belangstelling plaats. Er waren vertegenwoordigers uit binnen- en buitenland.
De begrafenis van Felix in Hilversum vond onder overweldigende belangstelling plaats. Er waren vertegenwoordigers uit binnen- en buitenland.
In de augustus - aflevering van het NVBC–maandblad De Brandweer roemt Evert Priester de bijzondere karakter eigenschappen van zijn vriend Niek Felix en schetst hij uitvoerig op welke wijze de NVBC daarvan heeft mogen profiteren en hoe dit voor de brandweer in Nederland tot voordeel is geweest. In het daarna volgende verslag van de begrafenis op 23 juli 1952 in Hilversum blijkt op al even indringende wijze van welke grote betekenis zijn ijveren voor de wederopbouw van de brandweren in ons land is geweest.

Stichting Het Felixfonds
Reeds in de eerste weken van zijn voorzitterschap heeft de heer Felix ingezien en uitgedragen dat het stichten van een “kas voor onderling hulpbetoon” voor de brandweermensen ook in ons land van nut zou kunnen zijn. Naar de voorbeelden die hij daarvan in Engeland en België had gezien, was Felix een onvermoeibaar ijveraar voor een dergelijk fonds, omdat zeker in de jaren direct na de oorlog, de daarvoor beschikbare andere regelingen nog volstrekt ontoereikend waren. Maar omdat er steeds vele andere en ook belangrijke zaken met elkaar om de voorrang streden, werd de feitelijke oprichting steeds maar weer uitgesteld. Er was zo veel te verrichten in die eerste jaren na mei 1945. Niettemin was de voorbereiding erg ver gevorderd en het was de bedoeling om bij zijn afscheid als voorzitter, aan de heer Felix, overeenkomstig zijn wens, een geldbedrag aan te bieden dat als aanzet voor het te vormen fonds moest gaan dienen. Nu dit door zijn voortijdig overlijden niet meer mogelijk was, werd besloten om met instemming van de nabestaanden, aan het op te richten fonds de naam van wijlen de heer Felix te verbinden.

Het verenigingsblad van de NVBC, De Brandweer, bevatte in vrijwel elk nummer oproepen tot steun aan het naar Felix genoemde fonds voor hulpbetoon.
Het verenigingsblad van de NVBC, De Brandweer, bevatte in vrijwel elk nummer oproepen tot steun aan het naar Felix genoemde fonds voor hulpbetoon.
Inmiddels leeft de naam van de eerste voorzitter van de NVBC alweer 55 jaren voort in de naam van (de tegenwoordige) Stichting Het Felixfonds. Een nog immer beschikbare stichting om in bijzondere gevallen zonodig geldelijke steun te verlenen aan of voor hen die bij de uitoefening van de brandweertaak door een ongeval worden getroffen.

Grafmonument
Evenals dit voor het graf van de overleden Hoofdinspecteur Van Boven gebeurde werd ook voor een gedenksteen op het graf van de heer Felix geld ingezameld. In overleg met de familie en in samenwerking met de brandweer en de Dienst Publieke Werken van Hilversum is een eenvoudig doch waardig gedenkteken ontworpen dat op 26 maart 1953 onder grote belangstelling van velen uit de brandweer werd overgedragen. Juist voor die gelegenheid was de algemene ledenvergadering op die dag in Hilversum belegd. Bij de overdracht hield de heer A. Jonker, commandant brandweer Arnhem, na het overlijden van Felix gekozen tot voorzitter van de vereniging, een korte toespraak waarin werd onderstreept op welke natuurlijke en vanzelfsprekende wijze zijn overleden voorganger Felix in 1945 tot voorzitter van de vereniging werd en daaraan gedurende zeven jaren leiding heeft gegeven.
De waardering voor zijn persoon en inzet was en is groot. Bij de viering van het 12½- jarig bestaan van de vereniging in 1958 wordt door en namens de NVBC op zijn graf een krans gelegd om zijn nagedachtenis te eren en uitdrukking te geven aan het respect en de waardering voor zijn betekenisvolle pioniersarbeid.

De inzet van de heer Felix als mede–oprichter en eerste voorzitter van de NVBC voor de brandweer en haar ontwikkeling in de wederopbouwperiode van na 1945 verdient het om in ere gehouden te worden en te worden gewaardeerd. Dat zijn naam en een deel van zijn idealen onder ons in herinnering blijven in de Stichting Het Felixfonds is een welverdiend eerbetoon aan een bijzondere pionier in de ontwikkeling van de brandweer.

 

snelzoeken binnen de site

vrijdag 10 september 2010

www.brandweer.nl

Laatste wijzigingen op nbdc.nl
Nationaal monument voor omgekomen brandweermensen
Historische documenten op internet
Werkgroep Brandweer Historie
Oproep voor gegevens over omgekomen brandweerlieden

Nieuwsberichten ANP e.a. op brandweer.nl

Bezoek het Nationaal Brandweermuseum Hellevoetsluis