 |  |  |
 |
|

Tweede Wereldoorlog

1927 Luchtbescherming: nieuwe oorlog, nieuwe gevaren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was gebleken dat de strijd zich niet langer alleen op de slagvelden afspeelde, maar dat ook de burgerbevolking kon worden geraakt door luchtaanvallen. In de Spaanse Burgeroorlog werd dat nog eens duidelijk onderstreept. Vanaf 1927 is men zich in Nederland gaan bezig houden met het vraagstuk. Toen kwam vooral vanuit militaire hoek de roep om aandacht voor de luchtbescherming. In dat jaar en vier jaar later werden er aanwijzingen of handreikingen voor bestuurders gedrukt en verspreid. Later nam de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming (NVL) die rol over. In 1936 kwamen er een wet en een speciale inspectie die de luchtbescherming regelden. De vrees voor luchtaanvallen op Nederland is vanaf mei 1940 helaas maar al te goed bewaarheid geworden. Vlak voor de oorlog uitbrak, zijn er nog honderden tweewielige motorbrandspuiten gefabriceerd, waarbij de fa. Bikkers een groot deel op kosten van het Rijk voor zijn rekening nam. De lijst met door Bikkers geleverde luchtbeschermingsspuitjes vindt u ook hieronder.
1935 Waarschuwing voor brandbommen In 1935 publiceerde de adjunct-directeur van de Gemeentelijke Gasfabriek in Nijmegen een brochure over de uitwerking en bestrijding van brandbommen. Hij gaf daarmee een overzicht van de op dat moment bestaande stand der techniek op dat gebied en voegde een ernstige waarschuwing toe, dat het 'brandbommenvraagstuk' niet onderschat mag worden. De brochure kreeg een voorwoord van Luitenant-Generaal b.d. De Ridder, die eind 1935 begonnen was met de opbouw van de luchtbescherming op rijksniveau.
1936 Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming Met een ruimhartige subsidie van het rijk werden door de NVL allerlei vlugschriften, brochures, boeken en tijdschriften uitgegeven, die bewustwording voor en kennis over de luchtbescherming moesten vergroten. In 1942 werd de vereniging als zodanig opgeheven, maar al haar werkzaamheden overgeheveld naar de Rijksinspectie van de Luchtbescherming.
1936-1944 Oorlogswetgeving Ter voorbereiding op de naderende oorlog werd in 1936 een wet op de Luchtbescherming uitgevaardigd, waarbij een Inspectie van de Luchtbescherming werd opgericht en een aantal maatregelen werden voorbereid. In brandweerkringen werd meteen geroepen dat ook voor dát vakgebied een landelijke regeling moest komen. Pas na de bezetting, in het najaar van 1940 werd in Nederland een Inspectie van het Brandweerwezen opgericht. In het voorjaar van 1941 werd deze inspectie geregeld in het Besluit Brandweerwezen 1941, waarin ook een groot aantal andere zaken op het gebied van de (kwaliteit van de) brandweer geregeld werden. In 1943 werd dit besluit vervangen door het Besluit Brandweerwezen 1943, waarbij men nog veel verder ging door de brandweer in de politie te incorporeren. Na de bevrijding van het eerste deel van Nederland kwam er een Tijdelijk Brandweerbesluit 1944, voorbereid door de regering in Londen, dat veel van het goede voor de brandweer moest behouden. Aan het besluit uit 1943 is ook de toelichting toegevoegd, zoals deze opgenomen was in de bundel 'Het Brandweerwezen in Nederland', die tussen 1941 en 1944 verscheen. Het Tijdelijk Brandweerbesluit 1944 wordt gevolgd door de toelichting, zoals deze was opgenomen in het jaarboekje van de NVBC in 1946.
1939-1945 Luchtbescherming in Amsterdam Hoe Amsterdam zich in 1939 aan het voorbereiden was, kunt u lezen in het artikeltje uit het blad 'Amsterdam'. Optimisme en vertrouwen voeren de boventoon. Het toenmalige hoofd van de Luchtbeschermingsdienst van Amsterdam, J.J.D.H. Verschoor, schreef in 1939 nog een boekje voor het Nederlandsch Instituut voor efficiency over een zo goedkoop en toch zo doelmatig mogelijke luchtbeschermingsorganisatie, waarbij hij veel voorbeelden uit zijn eigen stad aanhaalt. In 1972 werd in opdracht van de Dienst Bescherming Bevolking een korte geschiedschrijving van de Luchtbeschermingsdienst in Amsterdam samengesteld. Ook deze kunt u hieronder downloaden.
1939-1945 Luchtbescherming in Rotterdam Over de luchtbescherming in Rotterdam verscheen direct na de oorlog een beschrijving door een direct daarbij betrokken ambtenaar.
1939-1945 Luchtbescherming in Den Haag en Delft Van de LBD in Den Haag en Delft zijn nogal wat folders en instructies bewaard gebleven. Een aantal vindt u hieronder.
1940-1945 Jaarverslagen Brandweer Amsterdam Hoe de brandweer zich door de oorlogsjaren sloeg is een beetje af te lezen uit de jaarverslagen. Die waren echter geenszins volledig. Veel werd verzwegen of oppervlakkiger beschreven dan men anders gedaan zou hebben.
1941 Als de Roode Haan kraait In 1941 verscheen bij de Wereldbibliotheek het boek 'Als de Roode Haan kraait' van de Bloemendaalse brandmeester K.L. de Boer. Het boek geeft een uitgebreid overzicht van de stand der techniek op brandweergebied in 1940 en is wegens zijn actualiteit in de oorlog vaak als instructiemateriaal gebruikt. Het gehele boek is als pdf-document beschikbaar op de pagina over de brandweerorganisatie tot 1940. 1940-1941 Duitse brandweerbezetters in Nederland In juni 1940 trok een mobiele brandweercolonne met de naam 'Feuerschutzpolizeiregiment Sachsen' door Nederland, België en Frankrijk. Later is dit regiment ook elders ingezet en zijn er meer van dat soort eenheden opgericht. Van hun reis door - zoals zijzelf omschreven - vijandelijk gebied en hun uiteindelijke plaatsing in Frankrijk is een artikel opgenomen in het tijdschrift Deutscher Feuerschutz in 1940. Een klein detachement en een paar officieren van het regiment bleven in Nederland achter om de bezettingsautoriteiten te adviseren over het brandweerwezen in ons land. Eén daarvan publiceerde in hetzelfde tijdschrift in 1941 een artikel, waarin hij beschrijft wat hij vindt van Nederland en de brandweer hier. De artikelen zijn nadrukkelijk geschreven door Duitse brandweerofficieren in een tijd dat de oorlog voor hen nog zeer voorspoedig verliep.
1941-1944 Het brandweerwezen in Nederland Tussen 1941 en 1944 verscheen er in Nederland een losbladige bundel met de wet- en regelgeving op brandweergebied, alsmede de uitvoeringsbesluiten en circulaires betreffende het brandweerwezen. De redacteur was de heer Heusdens, ambtenaar bij het Departement Van Binnenlandsche Zaken. De bundel is bijgewerkt tot augustus 1944, toen er een einde kwam aan de geregelde communicatie tussen de Departementen en brandweerkorpsen. In verband met de omvang zijn de hoofdstukken hier afzonderlijk opgenomen.
1942-1944 Luchtbescherming in Nederland In navolging van de Inspectie van het Brandweerwezen begon ook de Inspectie van de Luchtbescherming met een bundel, waarin allerlei voorschriften en circulaires werden opgenomen. Helaas werd aan de samenstelling van deze bundel niet zoveel aandacht besteed als bij de brandweer, zodat er geen zekerheid bestaat over de compleetheid. Ook de indeling is wellicht niet altijd logisch, maar het leeuwendeel van de vulling bestaat uit circulaires over allerlei onderwerpen, die per jaar en op nummer opgenomen zijn.
1942 Oprichting van de Rijksbrandweer Naar Duits voorbeeld werd ook in Nederland in het najaar van 1942 begonnen met de op- en inrichting van een mobiele brandweerafdeling voor hulpverlening bij grote rampen, waarmee vooral bombardementen bedoeld werden. Het korps ging 'Rijksbrandweer' heten, maar werd al snel onderdeel van de politiestructuur, waarna het Brandweerpolitie-afdeling werd. Er kwamen onderdelen in Den Haag, Rotterdam, Baarne, Deurne, Winterswijk en Weesp. De meeste mannen die zich meldden, waren afkomstig uit het gedemobiliseerde Nederlandse leger en trachtten op deze manier toch een menslievende taak te krijgen en terugvoering in krijgsgevangenschap te voorkomen. Bij de organisatie werd het Duitse 'Gliederungsplan' gehanteerd, dat uitging van vier compagnieën van 130 man elk en een staf van 54, totaal 574 man, met 4 x 48 + 31 = 223 voertuigen. Naar aanleiding van allerlei rechtszaken werd in april 1946 door de inspectie in een brief nog een korte toelichting op het instituut van de Rijksbrandweer gegeven. Die brief is hieronder opgenomen.
1943 Bombardement op Rotterdam Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vele Nederlandse steden en dorpen getroffen geweest door luchtaanvallen van zowel Duitse als geallieerde oorsprong. Van sommige luchtaanvallen zijn nog brandweer-rapportages bewaard gebleven. Eén daarvan is die over het bombardement op Rotterdam op 31 maart 1943. Het verslag daarvan is vooral opgesteld om leerpunten vast te stellen. Vergeet bij het lezen niet, dat bij het opstellen van het verslag rekening moest worden gehouden dat het door meerdere instanties - ook bezetters - gelezen zou kunnen worden. De 'gevolmachtigde' voor de reorganisatie van de Politie (en brandweer) greep het bombardement aan om ingrijpende wijzigingen in de Rotterdamse brandweerorganisatie voor te schrijven.
1943 Duits aflegsysteem voor de brandweer Tijdens de oorlog werd de brandweer enkele malen gereorganiseerd naar Duits model. Een onderdeel daarvan maakte de introductie van het Duitse aflegsysteem met verdeelstukken uit. Het ontwerp-voorschrift daarover in het Nederlands dateert van 1943. Zo lang er geen echte wettelijke regeling was, kwamen al dat soort instructies in de vorm van een 'ontwerp', waarnaar men zich te richten had. Het originele boekje is - naar Duits voorbeeld - in A6-formaat. Ook het Duitse voorbeeld uit 1938 is ter vergelijking hier opgenomen.
 1944 Die Ausbildung der Feuerschutzpolizei Pas in 1944 lukte het uiteindelijk om de lesstof voor de beroepsbrandweer, inclusief de mobiele eenheden, goedgekeurd en gepubliceerd te krijgen. Ook de Nederlandse mobiele brandweereenheden kregen ermee te maken. In het eerste deel is de politie-opleiding met wapens en al te vinden en in het tweede deel, het grootste, is de brandweerlesstof opgenomen. Daar zit ook een uitgebreide beschrijving van het aflegsysteem én het materieel in. Het laatste stuk van deel twee, dat over voertuigen gaat, is als apart deel hieronder opgenomen.
1944 Ontwikkeling van het brandweerwezen In juni 1944 publiceerde de toenmalige commandant van de Rotterdamse brandweer, ir. D.A. Budde, een artikel in het blad 'Gemeentebestuur', waarin hij de ontwikkeling van het brandweerwezen vanaf de bezetting schetst. Hij beschrijft dit vanuit het perspectief van een brandweerbaas, die door de bezetting de brandweer én zijn eigen carrière in sneltreinvaart zag vooruitgaan, maar ook teleurgesteld is door de laatste ontwikkelingen, waarbij de brandweer onder de politie werd gebracht. Na de bevrijding werd Budde uit zijn functie gezet en zelfs veroordeeld wegens collaboratie.
1944 De brandweer (van Nijmegen) in de vuurlinie Op 22 februari 1944 werd Nijmegen getroffen door een geallieerd vergissingsbombardement en vanaf 17 september 1944 was de stad een regelrechte frontstad en kreeg men veel te lijden van gevechten en beschietingen. De 'avonturen' van de brandweer daarbij zijn opgetekend in een manuscript en in verkorte vorm overgenomen in het gedenkboek van 1951. Hieronder vindt u - helaas soms wat slecht leesbaar - deze verslagen.
1945 Bombardement op Den Haag-Bezuidenhout Op 3 maart 1945 vond een verwoestend bombardement plaats op de Haagse wijk Bezuidenhout. Bij de blussing van de branden werd van heinde en verre hulp verleend. Hieronder vindt u het rapport dat over de bijstand uit de Zaanstreek werd opgemaakt: "Verslag van de hulp door de Brandweeren van Zaandam en Wormerveer verleend aan de gemeente ’s-Gravenhage op zondag 4 Maart 1945, samengesteld op order van de den Weledelen heer Kommandant der Brandweer te Zaandam C. Kakes door H.L.M. van Heijnsbergen – Onderkommandant van de Vrijwillige Brandweer te Zaandam."
1945 Hoe verder met de brandweer? Vrijwel direct na de bevrijding schreef de hoofdinspecteur van het Brandweerwezen, P.L. van Boven, een rapportje voor de minister van Binnenlandse Zaken over hoe het met het brandweerwezen en de luchtbescherming verder moest in Nederland. Het rapport schreef Van Boven in juli 1945, aan de vooravond van de oprichting van de NVBC.
1946 Werkzaamheden van het Militair Gezag op brandweergebied Na de bevrijding van het zuiden van het land (september 1944) werd het gezag in Nederland waargenomen door een Militair Gezag (MG). Voor brandweer- en luchtbeschermingszaken was een aparte sectie opgericht. Hieronder vindt u het deel van het grote verslag van het MG dat over brandweer en luchtbescherming gaat.
1946 Zoektocht naar gestolen brandweermaterieel Eén van de eerste taken van de na de oorlog gereorganiseerde Inspectie voor het brandweerwezen was het opsporen en terugvoeren van het Nederlandse brandweermaterieel dat door Duitse instanties was weggevoerd of gevorderd. Lang niet alles kon worden teruggevonden. Van deze speuractie en de resultaten werd in 1946 een rapportage opgemaakt, die hieronder is opgenomen.
1948 Hoe was het in Duitsland en Engeland geregeld? Na de oorlog bleek de vrede niet zo definitief als iedereen had gehoopt en opnieuw moest men gaan nadenken over een organisatie ter bescherming van de bevolking. Om de lessen van de juist afgelopen Tweede Wereldoorlog daarbij te kunnen betrekken, werden beschouwende rapportages gemaakt over de civiele verdediging in Duitsland en Groot-Brittannië in de Tweede Wereldoorlog. Die rapportages zijn hieronder opgenomen. Helaas is de beeldwkaliteit niet overal even goed.
1955 Terugblik van de Duitse brandweerbaas Na de oorlog schreef Hans Rumpf, die ooit de eerste commandant van het Feuerschutzpolizeiregiment Sachsen was, een aantal boeken en artikelen over zijn ervaringen met de luchtoorlog. In de loop van de oorlog was hij de hoogste brandweerinspecteur in Duitsland geworden. Vanuit zijn Duitse blik schreef hij o.a. in het Tijdschrift Brandschutz van september 1955 een verhandeling over de brandbom in de Tweede Wereldoorlog in historisch perspectief.
|
|  |  |  |

vrijdag 3 september 2010
 Nieuwsberichten ANP e.a. op brandweer.nl


 |