Hooghartig
De vooronderzoeker
en topambtenaar bij de Rijksluchtvaartdienst werd vorige week tijdens zijn verhoor
ongenadig hard aangepakt door de enquêtecommissie. Volgens bronnen rond de commissie
heeft Wolleswinkel de commissieleden tijdens zijn voorgesprek hooghartig toegesproken
en is hij daarvoor 'bestraft'.
"Graag had
ik voor uw commissie publiekelijk en onder ede verklaard dat er ten aanzien
van het vooronderzoek geen sprake is geweest van het achterhouden van gegevens
(doofpot) of het ontoelaatbaar omgaan met gegevens die voor het onderzoek van
essentieel belang zijn geweest. Omdat ik daar de gelegenheid niet voor gekregen
heb, wil ik dit in deze open brief nog eens met nadruk stellen", schrijft
Wolleswinkel.
Hij wijst er op
dat hij destijds geprobeerd heeft maximale openheid te geven, maar dat waarheden
van het moment later soms onwaar bleken. "Het alternatief is niets zeggen
tot alles vast staat en dat lijkt me nog veel onaantrekkelijker."
Wolleswinkel vindt
dat de medewerkers van de luchtverkeersleiding, die de informatie van El Al
over de lading 'onder de pet' hielden, een fout maakten. "Dat mensen die
zich bemoeiden met zaken die hen niet aangingen en daar vervolgens hun mond
over hielden is, zeker achteraf gezien, een gelukkige bijkomstigheid",
aldus Wolleswinkel.
De RLD-man is boos
dat na zijn onderzoek "een ieder die maar wat te beweren had onmiddellijk
het oor kreeg van pers en politiek" en dat hij alle theorieën en soms verdachtmakingen
moest weerleggen. Hij vergelijkt dat met het bewijzen dat het monster van Loch
Ness niet bestaat.
Brand
De vooronderzoeker
houdt vol dat direct na de ramp is vastgesteld dat de lading geen extra risico
vormde bij de bestrijding van de brand. "Dat is tot op de dag van vandaag
zo gebleven." Burgemeester Van Thijn en de betrokken bewindslieden zijn
volgens Wolleswinkel door de verantwoordelijke ambtenaren "correct voorgelicht".
Wolleswinkel verwijt
de commissie hem tijdens het verhoor met details te hebben overspoeld bijvoorbeeld
over de kwaliteit van het onderhoud aan de El Al-vliegtuigen. "Dat uw commissie
bij de behandeling van dit essentiële onderwerp niet verder komt dan mij te
confronteren met een onderhoudsformulier waar wat aan ontbreekt, vond ik op
zijn zachtst gezegd nogal teleurstellend." Zijn vertrouwen in de waarheidsvinding
door de commissie, is danig geslonken.
Wolleswinkel vervolgt,
kennelijk vol wrok: "Op het gevaar af dat dit als een van de zogenaamde
onthullingen wordt beschouwd" dat hij het overgrote deel van de acht meter
hoge stapel rapporten over de ramp nooit heeft gezien. "De teamleider zet
de lijnen uit, maar kent niet alle details. Bij een zo groot project als dit
onderzoek is dat onmogelijk."
De woedende RLD-ambtenaar
besluit zijn brief aan de commissie met de woorden: "Rest mij nog u veel
wijsheid toe te bidden bij de uitvoering van uw moeilijke taak."
Bron: Telegraaf