NBDC - english

NBDC - deutsch

NBDC - français
Zoek
Contact
Links
Sitemap

 / februari 1999

Uranium alom bekend, behalve bij bergers
12 februari 1999

Door AP VAN DEN
BERG en ELLY LAMMERS


DEN HAAG - Alle
luchtvaartautoriteiten waren al drie dagen na de Bijlmerramp op de hoogte dat
er verarmd uranium in de neergestorte Al El-Boeing zat. Niettemin werd die informatie
niet doorgegeven aan de meldkamer in Amsterdam en aan de bergers op de rampplek.
Minister Jorritsma heeft in 1997 de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over een
onderzoek naar het verarmd uranium.


Dat verklaarde
inspecteur Pruis van de rijksluchtvaartdienst (RLD) gisteren tegenover de parlementaire
enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Pruis maakte deel uit van het onderzoeksteam
van het Bureau Vooronderzoek van de RLD, dat zich boog over de oorzaak van de
ramp. In Hangar 8, de loods waar de wrakstukken naar toe werden gebracht, bevonden
zich in de eerste week na de ramp op 4 oktober 1992 minstens veertig luchtvaartdeskundigen,
onder wie mensen van de RLD, Boeing, El Al, de Israëlische luchtvaartdienst,
de koninklijke luchtmacht, de marechaussee, de rijkspolitie, grondwerktuigkundigen
van de KLM, deskundigen van de Amerikaanse luchtvaartdienst en van de motorfabrikant.


Op 7 oktober werden
de eerste contragewichten van uranium uit het staartstuk gevonden. Pruis meldde
de vondst aan 'de wijde groep van werkers in Hangar 8'. Ook vooronderzoeker
Wolleswinkel van de RLD 'had op de hoogte kunnen zijn', aldus Pruis. Daarop
verhoogde de KLM de veiligheidsmaatregelen voor het personeel. Het kreeg onder
meer witte wegwerpoveralls ter beschikking. De brandweer van Schiphol verrichtte
metingen. Die wezen uit dat de straling gering was.


Het bestaan van
het uranium werd niet gemeld aan de mensen op de rampplek en de meldkamer van
Amsterdam, 'omdat het niet als een exceptionele bijzonderheid werd beschouwd.
We zeiden: het straalt nauwelijks', aldus Pruis. Bovendien zou er geen gevaar
zijn voor verstuiving van het uranium, omdat de temperatuur bij de brand niet
hoger dan 600 tot 700 graden zou zijn geweest.


Getuige Damveld
van de dienst luchtvaart van de rijkspolitie zei gisteren dat hij zich destijds
eenvoudigweg 'niet realiseerde' dat de informatie belangrijk kon zijn voor de
hulpverleners.


Volgens Pruis heeft
voormalig verkeersminister Jorritsma op 12 september 1997 de Tweede Kamer onjuist
geïnformeerd over onderzoek naar het uranium. Jorritsma schrijft in de brief
dat direct na de ontdekking van het uranium contact is opgenomen met ECN in
Petten over de mogelijke gevaren. Volgens Pruis is pas een jaar later ECN geconsulteerd.
Hij heeft op de dag van de brief RLD-topmannen Weck en Wolleswinkel per email
laten weten dat ze onjuiste informatie verschaften aan de minister. "Ik
vond dat de informatie versluierd werd weergegeven", aldus Pruis. Jorritsma
zette later dat jaar de fout recht toen ze antwoordde op schriftelijke vragen
van Kamerleden.


Pruis betwistte
dat er mannen in witte pakken in Hangar 8 zijn geweest. Getuige Van Os, die
een vliegtuigbedrijfje in de hangar heeft, verklaarde eerder dat hij op maandag
5 oktober 1992 om twaalf uur 's middags mannen in witte pakken tussen de puinhopen
heeft zien lopen zoeken. Maar volgens Pruis is de hangar rond die tijd nog vrijwel
leeg geweest.


"Er was 's
middags nog geen sprake van puinhopen, omdat er nog niets was aangevoerd. Foto's
kunnen dat aantonen. Als er al mannen in witte pakken zijn geweest, dan hadden
ze er op dat moment niets te halen", aldus de RLD-inspecteur.


Het is vrijwel
zeker dat er bij de ramp niet meer dan 43 slachtoffers zijn gevallen, verklaarde
Van de Pols van het Rampen-identificatieteam (RIT). Hij noemde het uiterst onwaarschijnlijk
dat er mensen volledig zouden zijn verast. "Je houdt altijd iets over van
mensen. Dat is onze praktijkervaring", aldus Van de Pols. Van de Pols beklaagde
zich erover dat het RIT niet vanzelfsprekend wordt ingeschakeld bij rampen.
Zo staat de organisatie niet op de alarmeringslijsten bij rampen.


Directeur Krom
van de stortplaats Nauerna bij Zaandam, waar afval van de Bijlmerramp werd gestort,
verklaarde gisteren dat 17 van de 34 personeelsleden last hebben van gezondheidsklachten.
Het gaat om vermoeidheid en huid- en oogirritaties.


Krom wilde niet
helemaal uitsluiten dat die klachten te maken hebben met het gestorte afval.
Na de Bijlmerramp voerden 106 vrachtwagens 2.144 ton afval af naar de stortplaats.
Dat afval ligt er nog steeds.





 





Bron: De Gelderlander


 

snelzoeken binnen de site

zaterdag 4 februari 2012

www.brandweer.nl

Laatste wijzigingen op nbdc.nl
Nationaal monument voor omgekomen brandweermensen
Historische documenten op internet
Werkgroep Brandweer Historie
Oproep voor gegevens over omgekomen brandweerlieden
Oproep voor onderzoek naar de Rijksbrandweer

Nieuwsberichten ANP e.a. op brandweer.nl

Bezoek het Nationaal Brandweermuseum Hellevoetsluis

Brandweermuseum Borculo!


Bezoek het Nationaal Brandweermuseum Hellevoetsluis

Brandweermuseum Borculo!