Door AP VAN
DEN BERG en ELLY LAMMERS
ACHTERGROND'En
voordat ik u de gelegenheid geef om de vraag te beantwoorden wil ik u eraan
herinneren dat u hier onder ede staat." Soms bedient de enquêtecommissie
zich tijdens de openbare verhoren van een pressiemiddel. En niet zonder reden,
want niet alle getuigen geven spontaan de waarheid over de Bijlmerramp prijs.
Al in de eerste
week van de verhoren constateerde de commissie dat de Ghanese getuige Akaijeboh
publiekelijk 'de randen van de waarheid' had bewandeld en dat haar antwoorden
soms afweken met wat ze in voorgesprekken tegenover de commissie had verklaard.
"Haar misstappen worden haar niet zwaar aangerekend. De commissie acht
vervolging wegens meineed een buitenproportioneel middel", aldus een zegsman
uit kringen van de commissie.
Vorige week verliepen
de verhoren ook niet geheel volgens het boekje. Luchtverkeersbeveiliger Croon
zei vrijdag dat hij een half uur na de ramp op de hoogte was van een telefoontje
van een El Al-medewerker, die had gemeld dat de lading bestond uit 'explosieven,
munitie, gif en brandbare vloeistoffen'. En met wie had Croon daarover op de
rampavond nog contact gehad? Croon: "Dat is operationeel geweest met de
verkeersleiders, met de heer Koopmans."
Twee dagen eerder
echter verklaarde Koopmans, directeur operations luchtverkeersleiding, dat hij
de vitale informatie pas ruim zes jaar later had vernomen. Via vier weken geleden
plots opgedoken geluidsbanden. Koopmans: "Ik heb u gezegd dat de informatie
die ik u op 18 januari (1999, red.) heb overhandigd voor mij nieuw was en mij
verbaasde en dat ik vond dat ik die informatie zo snel mogelijk moest hebben."
De enquêtecommissie
wil nu niet op de tegenstrijdige verklaringen reageren.
Eventuele aangiften
van meineed worden pas aan het eind van de enquête bekendgemaakt. In dat geval
worden de verslagen van de openbare verhoren, met een begeleidende brief van
de commissie, verstuurd naar de hoofd-officier van justitie in Den Haag. Die
bepaalt vervolgens of de zaak voor de rechter verschijnt.
Eerder werd president-directeur
van RSV De Vries na de enquête over de scheepswerf 'voorgedragen' voor meineed.
Maar het openbaar ministerie seponeerde de zaak. Recent zijn de rechercheurs
Langendoen en Van Vondel wel veroordeeld wegens meineed tegenover de commissie-Van
Traa. Ze kwamen eraf met relatief lichte straffen, maar zijn wel hun baan kwijt.
Zonder hardop te
liegen komen diverse getuigen weg met de opmerking 'Dat kan ik me niet meer
precies herinneren' of 'Ik durf dat niet met honderd procent stelligheid te
bevestigen'. Soms ook klinkt omonwonden: "Dat weet ik gewoon niet meer."
En raar is dat niet: de ramp is al weer zesëneenhalf jaar oud en de tijd misvormt
ieders geheugen.
Dat moet ook getuige
Damveld hebben gedacht. De beveiligingsambtenaar van Hangar 8, de plek waar
de brokstukken van de Boeing werden verzameld, citeerde gisteren bijna uitsluitend
uit dagjournaals en logboeken. En legde aldus, en hij is niet de eerste, een
papieren waarheid op tafel. Commissielid Oudkerk irriteerde zich aan het feit
dat Damvelds verklaringen soms significant afweken van zijn beweringen tijdens
de (besloten) voorgesprekken. Damveld: "Maar ik heb u toen verteld wat
ik op mijn netvlies had en dat blijkt soms niet te stroken met de notities die
ik in de journaals en logboeken terug heb gevonden."
Of die notities
van 'de rampavond' in de journaals en logboeken dan wel kloppen, wilde Oudkerk
nog weten. Daar ging Damveld natuurlijk wel vanuit. Maar zeker weten deed hij
dat niet: "Ik heb ze niet gecheckt."
Wie was destijds
eindverantwoordelijk voor die notities, vroeg Oudkerk. Was Damveld dat misschien
zelf? Damveld, zonder blikken of blozen: "Dat weet ik niet meer... Dat
zou ik zelf wel eens kunnen wezen."
Bron: onbekend