TILBURG - Functionarissen
die getuigen in de Bijlmerenquête hoeven zich geen zorgen te maken over hun
positie. Hun verklaringen onder ede kunnen zowel in ontslagprocedures, civiele
zaken als bij mogelijke strafvervolging niet tegen hen of anderen worden gebruikt.
Dat stelt hoogleraar
staatsrecht prof. mr. A. Koekkoek van de Katholieke Universiteit Brabant. Koekkoek,
die lid was van de IRT-commissie, zegt dat de Wet op de Parlementaire Enquête
getuigen immuniteit verschaft. "Ze zijn volledig gedekt. Het gaat de commissie
niet om het aantonen van strafbare feiten maar om waarheidsvinding."
Als voorbeeld noemt
Koekkoek de El Al-onderhoudsman die vorige week 'bibberend' verklaringen aflegden
over vliegtuigen die ondanks gebreken door zijn superieuren de lucht in werden
gestuurd. "Het bedrijf kan hem op basis van die getuigenis niet ontslaan,
hoe boos men misschien ook op die man is."
De door de wet
gegarandeerde immuniteit betekent niet dat strafvervolging van betrokken ambtenaren
die hebben getuigd helemaal onmogelijk is. "Het Openbaar Ministerie kan
ander bewijs zoeken dan de verklaringen voor de enquêtecommissie. Handige advocaten
zullen echter gegarandeerd aanvoeren dat het OM zonder die getuigenissen nooit
een zaak zou hebben gehad. Dan wordt het toch heel lastig voor de rechter."
Gelet op de wettelijke
bescherming van getuigen noemt Koekkoek het op non-actief stellen van vier functionarissen
van de Luchtverkeersleiding Nederland en de Rijksluchtvaartdienst vorige week
een 'veel te forse maatregel'. Het verbaast hem dan ook niets dat minister-president
Kok al wat gas heeft terug genomen door te stellen dat dit geen strafmaatregel
betrof. "Je kunt ambtenaren hangende de enquête wel op non-actief stellen
omdat hun werk erdoor kan worden beïnvloed. Daarin voorziet het ambtenarenrecht."
Getuigen kunnen
problemen soms ook omzeilen door te zwijgen. Als staatsgeheimen in het geding
zijn, mogen bijvoorbeeld leden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst zich beroepen
op hun verschoningsrecht. Ze hoeven dan niet te antwoorden. Uit ervaring verwacht
Koekkoek niet dat dit vaak zal gebeuren: "Ik heb me er tijdens de IRT-enquête
althans over verbaasd hoe vaak ministers zich in allerlei bochten wrongen om
juist géén beroep op het staatsbelang te doen en tegelijkertijd toch niets te
zeggen."
Bron: De Gelderlander