De hulpverlening
van de zijde van Defensie bij de Bijlmerramp omvatte de inzet van een geneeskundig
detachement van de landmacht en personeel van de marechaussee, aangevuld met
logistieke ondersteuning. Daarnaast waren zeven militaire tandartsen toegevoegd
aan het Rampen Identificatie Team (RIT).
Volgens een landelijk
ochtendblad zouden de "vreemde mannen in witte pakken" waarover steeds
wordt gesproken, militairen zijn geweest. Tot dusver is door Defensie niets
gevonden wat op enigerlei wijze in verband kan worden gebracht met deze berichten.
Minister mr. F. de Grave en staatssecretaris H. van Hoof hebben onmiddellijk
een "uitgebreid en intensief onderzoek" gelast naar de gesuggereerde
betrokkenheid van een speciale eenheid van de krijgsmacht bij de Bijlmerramp.
Het onderzoek richt zich met name op Defensiepersoneel dat bij de Bijlmerramp
daadwerkelijk was ingezet en op functionarissen die ten tijde van de ramp werkzaam
waren bij de operationele staven van de krijgsmacht. Bij het onderzoek zijn
naast staatssecretaris Van Hoof ook de ambtelijke en militaire top betrokken.
Het geneeskundig
detachement is op maandag 5 oktober 1992, de dag na het neerstorten van het
El Al vliegtuig, 's morgens omstreeks negen uur op de plaats van de ramp in
actie gekomen. De betrokken militairen waren belast met de berging, de identificatie
en het transport van slachtoffers. Deze werkzaamheden zijn beëindigd op vrijdag
9 oktober. Het personeel van de marechaussee is met name ingezet op de avond
van de ramp ter assistentie van de politie bij het regelen van het verkeer en
het bewaken van de openbare orde. De ingezette militairen hebben niets van doen
gehad met het 'onderscheppen van giftige stoffen'.
Bron: Defensie krant