Mobiele telefoons
zijn absoluut verboden in de Eerste Kamer waar de enquêtecommissie Vliegramp
Bijlmermeer zetelt. Rijksrechercheur A. Caron piekerde woensdag over de vraag
hoeveel getuigen de mannen in vreemde witte pakken zagen.
Ineens doorbrak
een elektronisch klassiek deuntje de stilte. Carons superieur, de Amsterdamse
hoofdofficier H. Vrakking, kleurde rood. Het duurde even eer hij zijn telefoon
tot zwijgen bracht.
Vrakking had de
ordeverstoring niet beter kunnen plannen. De enquêtecommissie, de staf, de pers
en de publieke tribune lachten. De spanning was uit het zorgvuldig opgebouwde
vraag- en antwoordspel met Caron gehaald, net nu aan het licht kwam dat diens
onderzoek het niveau-Jansen en Janssen niet oversteeg.
Vrakking gaf Caron
eind maart 1998 opdracht factfinding te doen naar de geruchten dat Israëlische
veiligheidsmensen, gestoken in beschermende witte pakken, op de rampplek hadden
gespeurd naar resten van het wrak of de lading. Hierover waren vragen gesteld
in de Tweede Kamer en daarmee was het een 'politieke kwestie' geworden, zei
Caron.
De rechercheur
hoorde in een week zeven getuigen en concludeerde dat de mannen in witte pakken
medische hulpverleners waren geweest.
'Logisch', merkte
commissielid Van den Doel cynisch op. 'Je doet een onderzoek naar mannen in
witte pakken, je denkt: de GG &GD loopt in witte pakken, je gaat naar de
GG & GD en je ziet dat het klopt. Klaar is kees.'
Caron: 'Ja.'
Van den Doel: 'Vond
u dat niet vreemd?'
Caron: 'Ik zie
het vreemde er niet van in.'
Maar daarmee was
het onderzoek niet klaar, suste Vrakking toen het zijn beurt was: 'Daarna zijn
we de diepte ingegaan.' Volgens de hoofdofficier heeft Carons team 'goed werk'
gedaan. Uiteindelijk zijn er meer dan vijftig getuigen gehoord, van wie er volgens
een telling van de enquêtecommissie elf de mannen in witte pakken zagen. In
Vrakkings eindrapport van half juni bleven er twee over.
Vrakking verklaarde
dat het feitenonderzoek zich toespitste op niet zomaar mannen in witte pakken,
maar op Israëlische functionarissen die dingen weghaalden van de rampplek. 'Twee
getuigen waren heel specifiek. Daar kon ik iets mee. De anderen zagen vanaf
twaalfhoog, in een inferno van loeiend vuur, Michelinmannetjes of witte puntmutsen.
Hoe kan ik schrijven dat elf getuigen Israëliërs in witte pakken hebben gezien?
Op twaalfhoog kun je dat nooit zien.'
Commissielid Oudkerk
vond dat de hoofdofficier de informatie die Caron had verzameld erg 'trechterde'.
Maar Oudkerk was in een opvallend milde stemming. Hij herinnerde Vrakking er
niet aan dat de flats in de Bijlmer tien verdiepingen tellen.
Caron vond het
een handicap dat hij in dit feitenonderzoek getuigen niet kon dwingen tot medewerking,
wat in een strafrechtelijk onderzoek wel kan. Hij had graag met het hoofd van
de beveiligingsdienst van El Al op Schiphol gesproken, maar die weigerde. Volgens
Vrakking was een strafrechtelijk onderzoek niet haalbaar. 'Als ik met de aanwijzingen
bij de rechter-commissaris was aangekomen, was ik meteen op de gang gezet.'
Zijn er mannen
in witte pakken actief geweest op de rampplek? Caron: 'Ik weet het niet. Ik
ben nooit personen tegengekomen die zichzelf als zodanig kenbaar hebben gemaakt
en ik heb ook nooit de kleding gevonden.'
Vrakking had zich
op die gewetensvraag voorbereid. 'Ik denk zelf wel eens dat wij in een donkere
kamer gezocht hebben naar een zwarte kat die er niet was. Ik ga ervan uit dat
ze er niet zijn geweest.'
Bron: de Volkskrant