Op 17 december
1998 heeft de Parlementaire Enquêtecommissie vliegramp Bijlmermeer minister
Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport per brief meegedeeld dat veegmonsters
in hangar 8 op Schiphol hebben uitgewezen dat er verarmd uranium en cesium 137
aanwezig was. Het cesium 137 is een overblijfsel van de kernramp in Tsjernobyl
in 1986. Dit is destijds in heel Nederland neergekomen. De commissie constateert
dat er geen sprake is van risicos, maar vraagt aan de minister of er aanleiding
is voor het nemen van maatregelen.
Minister Borst
heeft vervolgens het RIVM geraadpleegd, dat constateerde dat de gezondheidsrisicos
in hangar 8 verwaarloosbaar waren, ondanks de aanwezigheid van uranium en cesium.
Om aan alle resterende onzekerheid een einde te maken achtte de minister een
nieuwe schoonmaakactie gewettigd. Dit heeft minister Borst, mede namens minister
Pronk (VROM) en staatssecretaris Hoogervorst (SZW), op 22 december 1998 aan
de Parlementaire Enquêtecommissie laten weten.
Op 15 januari 1999
heeft minister Borst haar collega Pronk (VROM) om aandacht gevraagd voor schoonmaak
van de hangar, alvorens deze te slopen, zoals zij op 22 december 1998 aan de
enquêtecommissie hebben geschreven.
Bron: Ministerie van WVS