Door onze verslaggever
ARNHEM - Gelderse (ex-)bestuurders die betrokken waren bij de evacuatie tijdens het
hoogwater van 1995 zijn het tot op de dag van vandaag nog niet eens over de gevolgde
procedures. Volgens oud-commissaris der koningin Jan Terlouw heeft de Nijmeegse
burgemeester Ed d'Hondt zich in zijn bevoegdheden tijdens de bijna-ramp 'veelvuldig
gruwelijk vergist'.
D'Hondt besloot op zeker moment tot evacuatie van de bevolking in een deel van de regio
Nijmegen zonder dat vooraf af te stemmen met de commissaris. Terlouw was het met het
evacuatiebesluit eens, maar nam het de burgemeester toch kwalijk dat deze niet met hem had
overlegd.
Oud-kabinetschef Hans van der Laan van de provincie Gelderland steunt Terlouw
in deze zienswijze. "Meneer d'Hondt - in al zijn ijver en hij zal het allemaal goed
bedoelen - heeft aan zijn coördinerende rol (als voorzitter van het Regionaal
Coördinatie Centrum Nijmegen, red.) iets meer invulling gegeven dan hij mocht. Hij ging
zich met alles bemoeien. Het vervelende was dat hij zich er voortdurend in vergiste dat
hij als voorzitter van een brandweerregio en korpsbeheerder nog geen gezagsfunctie had en
dus kon zeggen: 'En nu moet er geëvacueerd worden'. Dat is een vergissing, maar dat was
hem niet aan het verstand te brengen. Dat is Terlouw ook niet gelukt", aldus Van der
Laan.
De uitspraken van de bestuurders komen voor in de studie Evacuatie 1995, Crisis in
Crisisteams? van de Amsterdamse politicoloog Elja Diepenbrock.Diepenbrock maakte in
Hurwenen nabij Zaltbommel de evacuatie van dichtbij mee. Hij raakte geboeid door de vraag
welke besluitvormingsprocessen aan de evacuatie ten grondslag lagen en hoe de verhoudingen
tussen ambtenaren en politieke bestuurders zich onder druk van de dreigende waterstanden
ontwikkelden.
Diepenbrocks voornaamste conclusie is dat er in bestuurlijke zin in de
hoogwaterperiode geen brokken zijn gemaakt, maar dat de bal net zo goed de andere kant uit
had kunnen rollen.
Fricties traden er op tussen de burgemeester van Nijmegen en de commissaris, tussen de
burgemeesters van de regio Arnhem, tussen minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken en
Terlouw en tussen de commissarissen van Zuid-Holland en Gelderland.
"Het is allemaal goed afgelopen met die evacuaties. Maar als je achteraf
al dat gekissebis reconstrueert, dan vraag je je wel af hoe bestuurders zich onder grote
druk - onder andere van de media - gaan gedragen", aldus Elja Diepenbrock.
Opmerkelijk is onder meer dat de direct bestuurlijk betrokkenen de Rampenwet - die ze
overigens ook bijna allemaal een verschillende naam geven - verschillend interpreteren.
Daarbij gaat het niet alleen over de coördinerende rol van de commissaris der koningin,
maar ook over de reikwijdte van deze wet.
Terlouw meent bijvoorbeeld 'dat ten tijde van een ramp een democratie niet kan
werken en ook niet moet werken'. Volgens hem is de essentie van de rampenwet dat
'plotseling' de burgemeester de bevelhebber wordt in zijn gemeente en dat, indien de ramp
zich voltrekt over verschillende gemeenten, de commissaris der koningin de
rampenbestrijding coördineert. "Democratische rechten zijn er even niet. De
gemeenteraad wordt buiten werking gesteld en iedereen moet gewoon even doen wat de
burgemeester zegt", vindt Terlouw.
Maar volgens burgemeester d'Hondt van Nijmegen klopt die lezing niet en was er geen
sprake van het buiten werking stellen van grondwettelijke rechten. "Nee, dat is niet
juist hoor. Daarvoor hebben we de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Maar dat
was hier (in de evacuatieperiode, red.) niet aan de orde. Het was geen noodtoestand. Het
was in formele zin gewoon een rampenomstandigheid."
Burgemeester D'Hondt ontkent in de interviews dat er ten tijde van de
evacuatiebesluiten sprake was van grote onduidelijkheden tussen de diverse bestuurslagen.
Integendeel: 'Het was eigenlijk een tamelijk ideale situatie' met hier en daar 'wat
mineure probleempjes'.
Ook bij de terugkeer van de evacués ontstond er enig bestuurlijk gerommel. Zo wilde
Jan Terlouw de burgers meteen terug laten keren nadat het evacuatiebevel was opgeheven.
D'Hondt en zijn staf meenden dat het verstandiger was tussen het opheffen van
de evacuatie en de terugkeer een etmaal te laten zitten, teneinde een stormachtige
terugkeer in de gebieden te voorkomen. De terugkeer van de evacués verliep uiteindelijk
in alle rust en zonder incidenten.
Bron: De Gelderlander